var monsterinsights_frontend = {"js_events_tracking":"true","download_extensions":"doc,pdf,ppt,zip,xls,docx,pptx,xlsx","inbound_paths":"[{\"path\":\"\\\/go\\\/\",\"label\":\"affiliate\"},{\"path\":\"\\\/recommend\\\/\",\"label\":\"affiliate\"}]","home_url":"http:\/\/ngv-groningen.nl","hash_tracking":"false","ua":"UA-197454627-1","v4_id":""};
NGV Groningen

Lezingen Gronings Erfgoed

De afgelopen maanden hebben de Groninger Archieven samen met NGV-Groningen en andere organisaties online 13 lezingen verzorgd. Deze zijn terug te kijken op: https://www.groningerarchieven.nl/publiek/activiteiten/87-lezingen Specifieke lezingen die extra interessant kunnen zijn voor genealogen: Eppo van Koldam – Strop voor Harener inbreker  Teijo Doornkamp – Boeven in de familie Lieuwe Jongsma …

Stad en Lande in slavenhandel?

De afgelopen jaren is er groeiende belangstelling voor het Nederlandse slavernijverleden. Op verschillende manieren namen de Nederlanders deel aan de slavenhandel, hadden ze tot slaaf gemaakte mensen in bezit of profiteerden ze van slavernij. Lieuwe Jongsma deed onderzoek naar de rol die Groningen speelde in het Nederlandse verhaal rond slavernij.

In deze lezing gaat hij in op de rol die het Groningse Stadsbestuur speelde bij de totstandkoming van de Groningse kamer van de Westindische Compagnie, de handelsmaatschappij die een belangrijke rol speelde in de Nederlandse slavernijgeschiedenis. Daarnaast bespreekt hij de relatie tussen de WIC en het Stadsbestuur in de zeventiende en achttiende eeuw. Veel Groninger bestuurders waren nauw betrokken bij de WIC. Waarom was dat zo? En betekende betrokkenheid bij de WIC ook per definitie betrokkenheid bij slavernij en slavenhandel?

Strop voor Harener inbreker

In de nacht van 22 op 23 oktober 1817 pleegt Frits Weites uit Haren samen met Berend Wubbels uit Leegkerk en Hendrik Siekman een roofoverval op de boerderij van Luitje Oomkens te Engelbert. De daders worden al snel ontmaskerd en worden streng gestraft. Ze krijgen alle drie de doodstraf door ophanging aan de galg op de Grote Markt in de stad Groningen. Berend Wubbels blijft na de overval onvindbaar, maar voor de andere twee wordt de straf op 24 februari 1819 voltrokken. Eppo van Koldam legt in deze lezing uit hoe zijn onderzoek naar het misdrijf en de bestraffing daarvan verlopen is.

Eppo van Koldam is voorzitter van de Nederlandse Genealogische Vereniging (NGV), afdeling Groningen. Hij richt zich bij zijn onderzoek de laatste jaren vooral op de historie van de voormalige gemeente Haren. Ook is Van Koldam voorzitter van de Harense Historische Kring Old Go en secretaris van de Harener Historische Commissie.

Willem Lodewijk, stadhouder in de noordelijke gewesten

In het Fries historisch bewustzijn is stadhouder Willem Lodewijk een belangrijke en bekende persoonlijkheid. In Leeuwarden staat zijn standbeeld op een prominente plaats met de trotse eretitel ús heit (‘onze vader’) daaronder. In deze lezing stelt Hidde Feenstra de vraag: Kreeg graaf Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg als stadhouder dezelfde belangrijke status en reputatie in Groningen en Drenthe, zoals hij deze rond 1600 in Friesland kreeg? Wat was zijn rol in het proces waarbij Noordoost-Nederland definitief een deel van de Nederlandse staat zou worden? In de bredere context komt de toestand van ons gebied rond 1600 aan de orde.

De arm van Johannes de Doper

Eeuwenlang was de arm van de heilige Johannes de Doper in de Martinikerk te zien. Hoe die arm daar is gekomen beschreef de beroemde middeleeuwse monnik Caesarius, die meteen ook vertelde over de relatie tussen die Martinikerk en klooster Yesse in Essen. In 2020 was het precies 800 jaar geleden dat Caesarius Groningen bezocht. Wat zien we vandaag nog in de stad met betrekking tot dit verhaal?

Kostbare restauratie Olle Kerk Hoogkerk

In 1514 stond de dertiende-eeuwse Olle Kerk van Hoogkerk midden op het strijdtoneel tussen de stad Groningen en de Saksen. De stad wilde haar machtspositie behouden en riep de hulp in van de Geldersen. De fraaie romaanse kerk werd beschoten, vloog in de brand en de flinke westtoren viel naar het westen om. Slechts een ruïne resteerde. De kerk werd daarna gedeeltelijk weer opgebouwd. Tijdens de restauratie in de jaren 60 van de vorige eeuw, onder leiding van architect P.L. de Vrieze, werden archeologische en bouwhistorische vondsten gedaan waaruit de vroegere omvang en vorm van de kerk bleek. Veel van de oorspronkelijke kerk is gereconstrueerd, maar het werd een bijzonder kostbare operatie en het resultaat is omstreden.